stad en reizigers kunnen winnen bij besparingen de lijn
Net zoals de andere onderdelen van de Vlaamse overheid, zal ook De Lijn een aantal besparingen op haar werking moeten doorvoeren. Vanavond interpelleerde ik in de gemeenteraad over de geplande besparingen en hun eventuele weerslag op het openbaar vervoersaanbod in Antwerpen. Ik legde daarbij de nadruk op drie elementen van zorg: snelle duidelijkheid over de geplande wijzigingen in de dienstregeling omdat er al wijzigingen zouden in gaan op 1 april, het vrijwaren van de stedelijke ambities om van Antwerpen een tramstad te maken en de nood om vanuit de stad in te zetten op de doorstroming van het openbaar vervoer want op die manier kan De Lijn tegelijk besparen en haar dienstverlening verbeteren.
1. Een aantal besparingen aan de dienstregeling zou ingaan op 1 april. Dat is binnen een maand en vandaag is het nog niet duidelijk aan welke aanpassingen we ons mogen verwachten. Wijzigingen in de dienstregelingen moeten op basis van de regelgeving en de afspraken tussen het Vlaamse gewest en de lokale overheden in het kader van het mobiliteitsconvenant met de lokale overheden besproken worden op gemeentelijke begeleidingscommissies en/of de provinciale openbaarvervoercommissie . In die zin is het belangrijk dat de stad aandringt op betrokkenheid en informatie vraagt. Toelichting over geplande aanpassingen aan het avond- en nachtvervoer werd door De Lijn al gegeven en daarvan heeft het stadsbestuur volgens de schepen al aangegeven dat de voorstellen niet aanvaardbaar waren. Hoe dan ook is het belangrijk dat aanpassingen die uiteindelijk beslist zouden worden, tijdig aan de stad maar vooral ook aan de gebruikers van het openbaar vervoer gecommuniceerd kunnen worden.
2. Antwerpen heeft belangrijke ambities geformuleerd in zowel het ruimtelijk structuurplan als in het huidige bestuursakkoord. Ambities die duidelijk stellen dat Antwerpen een tramstad wil zijn. De afgelopen jaren kreeg Antwerpen een flinke traminjectie: tram 5 (2006) en tram 6 (2007) kwamen er bij, de eerste nieuwe lijnen sinds 1946, er werden bijkomende sporen aangelegd op de Dascottelei en de Emiel Banningstraat, de tramverlengingen naar Wijnegem en Boechout werden in uitvoering gebracht, voor de ingebruikname van de premetrokoker onder de Turnhoutsebaan werden de nodige middelen opzij gezet en eind 2008 gingen op vrijdag- en zaterdagavond de trams later rijden. Het is essentieel dat deze ambities niet gefnuikt worden en besparingen mogen zich daarom niet op het tramnet situeren.
Het huidige busaanbod biedt duidelijk nog opportuniteiten om besparingen door te voeren die niet slecht hoeven te zijn, wel in tegendeel. De herschikkingen die De Lijn blijkbaar van plan is in Wilrijk, tonen aan dat De Lijn, haar reizigers én de stad in het algemeen er op vooruit kunnen gaan en er tegelijk uitgaven uitgespaard kunnen worden. Dat is knap van De Lijn en het zou goed zijn om op dergelijke overstapconcepten in te zetten waar dit mogelijk is. Ook zijn er nog een paar lijnen waar bus en tram min of meer parallel rijden en waar herschikkingen voor de klanten mits wat aanpassingen van hun gewoontes niet onoverkomelijk zijn.
3. De stad kan De Lijn fundamenteel helpen om te besparen en dat op manier die de dienstverlenging zelfs verbetert, namelijk door in te zetten op doorstromingsmaatregelen voor het openbaar vervoer. Immers, als het openbaar vervoer vlotter door de stad kan, bijvoorbeeld door de beïnvloeding van verkeerslichten zoals die nu op de Sint-Bernardsesteenweg eindelijk perfect functioneert (en waardoor Hoboken vijf minuten dichter bij de stad is komen te liggen…), dan is de dienstregeling stipter en kan De Lijn met minder trams dezelfde dienstregeling rondgedraaid krijgen. Uit het antwoord op een vraag aan schepen Van Campenhout die ik vorige week stelde, bleek dat van het sinds 2008 jaarlijks voorziene bedrag van 1.000.000 euro voor doorstroming door aanpassingen aan verkeerslichten, nog geen euro werd besteed en ook voor 2010 ligt nog geen concrete planning op tafel. De reden die de schepen daarvoor aanhaalde was het uitblijven van een overeenkomst tussen de stad, De Lijn en het Vlaams gewest (als beheerder van de gewestwegen) waarin de principes van deze verkeerslichtenregeling moeten worden vastgelegd (welk verkeer krijgt via de verkeerslichten voorrang op ander verkeer?). Grote opportuniteiten blijven hierdoor onbenut en dat terwijl er wel degelijk middelen voorzien zijn op het niveau van de stad. De schepen engageerde zich om opnieuw te trachten hier een doorbraak te bereiken.
Ik was tevreden om van de schepen te horen dat hij deze zorgen deelt en dat hij in het verdere overleg met De Lijn deze bekommernissen zal ter harte nemen.
Tags:de lijn


